Progressie
Progressie is de meest voorkomende regelfamilie in matrix-redeneertests, en meestal het makkelijkst te herkennen. Als je een rij of kolom van links naar rechts (of van boven naar beneden) bekijkt, verandert één eigenschap van de figuur bij elke stap met een vast bedrag — het aantal elementen neemt toe of af, de figuur groeit of krimpt, of de kleur of vulling doorloopt een vaste volgorde.
De truc is om precies te bepalen welke eigenschap verandert en met hoeveel. Bepaal de stapgrootte aan de hand van de eerste twee cellen en controleer of diezelfde stap ook geldt voor de derde cel. Progressies kunnen ook diagonaal lopen of bij elke rij opnieuw beginnen, dus controleer je regel altijd tegen elke rij én kolom voordat je een antwoord kiest.
Zo herken je het
- •Vergelijk eerst cel 1 met cel 2 — het verschil daartussen is meestal je stapgrootte.
- •Controleer of de progressie bij elke rij opnieuw begint, of doorloopt over het hele raster.
- •Tel zorgvuldig als stippen of vormen op- of aflopen — één telfout is de meest voorkomende valkuil.
- •Progressie wordt soms gecombineerd met een tweede, onafhankelijke regel — stop niet met analyseren na het vinden van één patroon.